ECLI:NL:HR:2020:1269
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over aanvullende invoerrechten pluimveevlees en verwijst terug
De zaak betreft een geschil over 705 aangiften voor het in het vrije verkeer brengen van pluimveevlees, waarbij de doorverkoopprijzen lager waren dan de representatieve prijzen. Het Hof Amsterdam concludeerde dat belanghebbende de juistheid van de cif-invoerprijzen niet had bewezen en legde aanvullende rechten op.
De Hoge Raad verwijst naar een prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie EU, waarin is geoordeeld dat het enkel verkopen met verlies niet voldoende is om de juistheid van de cif-invoerprijs te verwerpen, mits de importeur kan aantonen dat de prijs juist is op basis van de voorwaarden van de zending.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof Amsterdam een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door de representatieve prijs als basis te nemen voor aanvullende rechten zonder eerst de douanewaarde volgens het communautair douanewetboek vast te stellen. Daarom wordt het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen voor volledige herbeoordeling.
De Staatssecretaris wordt veroordeeld in de kosten van het cassatieberoep en moet het griffierecht aan belanghebbende vergoeden. De verwijzingsrechter zal ook beoordelen of belanghebbende kostenvergoeding toekomt voor eerdere procedures.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling.