Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Slotsom
5.Beslissing
5 maart 2019.
Hoge Raad
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor medeplegen diefstal. De verdediging had vrijspraak bepleit omdat volgens haar geen sprake was van een voltooide diefstal. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank waarbij de bewezenverklaring was gebaseerd op een summiere opgave van bewijsmiddelen conform art. 359 lid 3 Sv Pro.
De verdachte stelde cassatie in tegen deze bevestiging, stellende dat het hof niet zonder meer het vonnis van de rechtbank had mogen bevestigen zonder nadere motivering, zeker nu in hoger beroep vrijspraak was bepleit. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betrof en adviseerde terugwijzing naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
De Hoge Raad volgde dit advies en vernietigde het arrest gedeeltelijk. In de vernietiging zijn ook alle beslissingen omtrent strafoplegging en schadevergoeding begrepen, maar niet de beslissingen over vorderingen van de benadeelde partij. De zaak wordt terugverwezen naar het hof 's-Hertogenbosch voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep met betrekking tot de tenlastelegging medeplegen diefstal.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 5 maart 2019.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt gedeeltelijk vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling van de bewezenverklaring en strafoplegging.