ECLI:NL:HR:2019:1780
Hoge Raad
- Cassatie
- G. de Groot
- J.A.C.A. Overgaauw
- M.A. Fierstra
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- P.A.G.M. Cools
- Rechtspraak.nl
Renteaftrek eigenwoningschuld bij fictieve vervreemding en verbouwingskosten
Belanghebbende woonde tot 31 augustus 2009 in een oude woning die sindsdien te koop stond en gefinancierd was met een hypothecaire lening. Vanaf 1 januari 2013 werd deze woning fiscaal als vervreemd beschouwd, waardoor de lening in principe naar box 3 zou verschuiven. Belanghebbende had in 2008 een nieuwe woning gekocht en deze ingrijpend verbouwd, waarbij de verbouwingskosten deels met eigen middelen waren voorgefinancierd en deels met leningen, waaronder een lening bij een eigen BV.
Het geschil betrof de vraag of de rente op de oude lening, voor zover toe te rekenen aan verbouwingskosten van de nieuwe woning, aftrekbaar bleef in box 1 of dat deze lening volledig tot box 3 moest worden gerekend. Het Hof oordeelde dat een deel van de oude lening (€ 257.500) kon worden aangemerkt als lening voor de nieuwe woning en dat de rente hierover aftrekbaar bleef.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verduidelijkte dat het oogmerkvereiste inhoudt dat een lening ook aftrekbaar kan zijn als deze niet direct is aangewend voor de verbouwingskosten, mits aannemelijk is dat het voornemen bestond om de kosten met de lening te financieren. Ook het feit dat de verbouwingskosten aanvankelijk met eigen middelen zijn betaald, sluit aftrek niet uit. De Hoge Raad verwierp het middel dat stelde dat bij fictieve vervreemding de lening automatisch naar box 3 moet verschuiven.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en bevestigde dat de renteaftrek voor het deel van de oude lening dat aan de nieuwe woning is toe te rekenen, blijft bestaan. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat renteaftrek voor het deel van de oude lening toe te rekenen aan de nieuwe woning blijft bestaan.