ECLI:NL:HR:2001:AA9559
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- W.H. Heemskerk
- C.H.M. Jansen
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofarrest wegens onjuiste rechtsopvatting over dwaling en bedrog bij koop auto
In deze zaak vordert verweerder betaling van het restant van de koopsom van een auto van eiser. De rechtbank wees de vordering af omdat de cessie van de vordering niet tot stand was gekomen. Het hof vernietigde dit vonnis en wees de vordering toe, waarbij het beroep van eiser op dwaling en bedrog werd verworpen.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof onterecht heeft geoordeeld dat voor een beroep op dwaling vereist is dat de benadeelde partij nadeel lijdt. Dit is in strijd met de wettelijke bepalingen in art. 3:44 en Pro 6:228 BW. Hierdoor is het oordeel van het hof onjuist en moeten de arresten van het hof worden vernietigd.
De zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling. De Hoge Raad veroordeelt verweerder in de kosten van het cassatieproces. Hiermee wordt de rechtsontwikkeling op het gebied van dwaling en bedrog bevestigd en verduidelijkt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens onjuiste rechtsopvatting over dwaling en bedrog en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof.