Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
11 december 2018.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 11 december 2018 het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 juni 2017 vernietigd, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging. De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld voor medeplegen van poging tot afpersing, telen van hennep en het voorhanden hebben van een vuurwapen.
Het hof had de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 11 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en daarnaast een taakstraf van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis. De Hoge Raad oordeelde dat de combinatie van een taakstraf naast een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meer dan zes maanden wettelijk niet is toegestaan volgens artikel 9, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het de strafoplegging betreft en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting en beslissing over de straf. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Arrest vernietigd voor strafoplegging en zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting.