ECLI:NL:HR:1983:AB7540
Hoge Raad
- Cassatie
- Moons
- Van der Ven
- Bronkhorst
- De Waard
- Jeukens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verduidelijkt begrip lichamelijk letsel bij schuld aan inwendige biochemische ontregeling
In deze zaak stond een acupuncturist terecht die een vrouw met suikerziekte had aangeraden te stoppen met insulinegebruik, wat leidde tot een levensgevaarlijke inwendige biochemische ontregeling. Het hof sprak de verdachte vrij omdat het oordeelde dat de ontregeling geen lichamelijk letsel in de zin van art. 308 Sr Pro opleverde. De Hoge Raad stelde echter dat het begrip lichamelijk letsel ook een inwendige biochemische ontregeling omvat die het gevolg is van het achterwege laten van noodzakelijke medicatie, ook als deze tijdelijk en herstelbaar is.
De Hoge Raad benadrukte dat de artikelen 307 en 308 Sr de bescherming van het menselijk leven en de lichamelijke integriteit beogen, en dat het hof ten onrechte een te beperkte interpretatie hanteerde. Hierdoor heeft het hof de grondslag van de tenlastelegging verlaten en vrijgesproken van iets anders dan wat was ten laste gelegd.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest en verwees de zaak naar het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch voor een nieuwe berechting. Hiermee wordt voorkomen dat er straffeloosheid ontstaat in situaties waarin iemand door het onthouden van essentiële medicatie ernstig lichamelijk nadeel lijdt, ook als dit letsel niet direct zichtbaar of blijvend is.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde berechting.