Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3. Beslissing
20 december 2016.
Hoge Raad
Verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 360 dagen, waarvan 260 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, wegens bedreiging met een vuurwapen op 28 juni 2013 te Westervoort. Het hof stelde vast dat verdachte in een zalencentrum meerdere keren met een vuurwapen had geschoten, waardoor bezoekers en personeel redelijke vrees konden krijgen voor hun leven.
In cassatie stelde verdachte onder meer dat er slechts een beperkt aantal getuigenverklaringen was en dat geen van hen zich daadwerkelijk bedreigd voelde. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat het belang van verdachte onvoldoende is of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en handhaafde daarmee het arrest van het hof. De schriftuur van de raadsman van verdachte werd aan het arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het hof wordt gehandhaafd.