Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2016:1469

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2016
Publicatiedatum
8 juli 2016
Zaaknummer
15/03747
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling verkrijgende verjaring tuintjes in gebruik bij bewoners

In deze zaak stond centraal of bewoners door middel van verkrijgende verjaring eigenaar konden worden van tuintjes die formeel op naam van de gemeente stonden, maar feitelijk in gebruik waren bij de bewoners.

De procedure begon bij de rechtbank Oost-Brabant met vonnissen in 2013 en 2014, waarna het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 21 april 2015 een arrest wees. De bewoners stelden dat zij door verjaring eigenaar waren geworden van de tuintjes. De gemeente was verweerster en verscheen niet in cassatie.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de bewoners verworpen. De klachten in het middel konden niet tot cassatie leiden en er was geen aanleiding tot nadere motivering, mede gelet op artikel 81 lid 1 RO Pro. De bewoners werden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van de gemeente nihil werden begroot.

Het arrest werd gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens (voorzitter), Snijders en Tanja-van den Broek en in het openbaar uitgesproken door raadsheer De Groot op 8 juli 2016.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de bewoners wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

8 juli 2016
Eerste Kamer
15/03747
LZ/RB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiseres 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. [eiser 3],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. A.C. van Schaick,
t e g e n
de GEMEENTE NUENEN, GERWEN EN NEDERWETTEN,
zetelende te Nuenen,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers] en de Gemeente.

1.Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/01/257451 / HA ZA 13-35 van de rechtbank Oost-Brabant van 13 maart 2013 en 28 mei 2014;
b. het arrest in de zaak HD 200.154.127/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 april 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eisers] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de Gemeente is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft bij brief van 12 april 2016 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
8 juli 2016.