Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
10 november 2015.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van betrokkene tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof had het voordeel geschat op €17.219,09 en de betalingsverplichting daarop gebaseerd.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft nagelaten om de in een samenhangende strafzaak onherroepelijk toegekende vordering van de benadeelde partij Enexis B.V. tot materiële schade (€5.399,78) en de proceskosten (€260) in mindering te brengen op het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit is in strijd met artikel 36e, achtste lid, van het Wetboek van Strafrecht en eerdere jurisprudentie.
Om doelmatigheidsredenen vermindert de Hoge Raad zelf de betalingsverplichting tot €11.559,- en verwerpt het beroep voor het overige. Hiermee wordt voorkomen dat betrokkene hetzelfde voordeel meermalen moet terugbetalen aan verschillende partijen.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in openbare terechtzitting op 10 november 2015.
Uitkomst: De betalingsverplichting tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt verminderd tot €11.559,-.