Uitspraak
1.De bestreden beschikking
2.Het cassatieberoep
3.Wettelijk kader en wetsgeschiedenis
De positie van de officier van justitie is in deze niet vergelijkbaar met die van de verdachte. Dat de officier, na definitieve afwijzing van een vordering tot bewaring, onmiddellijk daarna, zonder nieuwe gegevens, wederom de bewaring zou vorderen, is ondenkbaar; hij zou dan trouwens, zowel door de rechtbank als door het hiërarchisch boven hem geplaatste gezag, ongetwijfeld terecht worden gewezen. Aan de verdachte kan men het echter niet kwalijk nemen, wanneer hij, ook zonder enige kans op succes, voortgaat met rekwestreren."
(Kamerstukken II 1995/96, 24 219, nr. 8, p. 10)
4.Beoordeling van het middel
5.Slotsom
6.Beslissing
10 februari 2015.