Conclusie
Inleiding
Het eerste middel en de bespreking ervan
second best.
III.Het tweede middel en het derde middel
De middelen
3. Bewijsoverwegingen
[e-mailadres 1]correspondeerde [H] met [verdachte] en ontving [H] foto’s met daarbij de afmetingen van de machines. Toen op 12 april 2007 een vrachtwagen van [H] naar de afgesproken laadplek in de omgeving van Brussel ging om de vracht te laden, kreeg [H] van [verdachte] telefonisch door dat niet Schiedam maar Antwerpen de losplaats zou worden. Op 13 april 2007 is de lading in de haven van Antwerpen gelost. Na enkele dagen werd opnieuw contact opgenomen door [verdachte] met de vraag of [H] nog een transport van twee verreikers voor hem wilde uitvoeren. Dit keer moest de lading vanuit Brussel naar Vitrolles (nabij Marseille) in Frankrijk worden getransporteerd. Opnieuw zijn de laad- en losgegevens telefonisch doorgegeven. De benodigde exportdocumenten zijn door [verdachte] persoonlijk langsgebracht. Het transport heeft plaatsgevonden van vrijdag 20 april 2007, toen de verreikers werden geladen in Brussel en tot en met zondag 22 april 2007, toen de verreikers werden gelost in Vitrolles. Op uitdrukkelijk verzoek van [verdachte] werd als factuuradres vermeld:
[e-mailadres 1]is [betrokkene 13] bekend. [verdachte] maakte daar gebruik van. [H] heeft [betrokkene 13] eens gebeld met de vraag wat hij over [betrokkene 3] en [verdachte] kon vertellen.
[Q] [e-mailadres 2]]”. In deze email wordt verzocht de factuur te richten aan zijn klant in Marokko: “ [Q] ” te [plaats] .
uitsluitend(en niet: hoofdzakelijk) gedragingen van de verdachte van na de uitvoering blijken. De middelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.
Middel 2; medeplegen van oplichting zoals bewezenverklaard onder feit 2 (het Belgisch dossier)
Middel 3; medeplegen van oplichting zoals bewezenverklaard onder feit 1
Slotsom