Uitspraak
gevestigd te Eindhoven,
wonende te [woonplaats], België,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
17 oktober 2014.
Hoge Raad
De Stichting Gezondheidscentra Eindhoven e.o. stelde in cassatie beroep in tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch dat een geschil betrof over de aanspraak op een contractuele beëindigingsvergoeding na ontbinding van een arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen.
Het geschil draaide om de uitleg van het beding in de arbeidsovereenkomst, waarbij de Hoge Raad het haviltex-criterium toepaste om de betekenis van de term “ontslag verlenen” te bepalen, zoals eerder vastgesteld in HR 25 juni 2004 (ECLI:NL:HR:2004:AP4365). Tevens werd het beroep van de werkgever op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid en op onvoorziene omstandigheden beoordeeld.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de Stichting niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
Het beroep werd verworpen en de Stichting werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee werd het arrest van het gerechtshof bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Stichting wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bevestigd.