Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middelen
3.Beslissing
11 februari 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 25 oktober 2012 in een strafzaak. De raadsman van de verdachte heeft middelen van cassatie ingediend, waarop de Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (RO) is geen nadere motivering vereist, omdat de middelen geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en het arrest van het gerechtshof bekrachtigd. Dit arrest is uitgesproken door de raadsheren B.C. de Savornin Lohman (voorzitter), W.F. Groos en Y. Buruma, in aanwezigheid van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, tijdens een openbare terechtzitting op 11 februari 2014.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen en het arrest van het gerechtshof bekrachtigd.