Uitspraak
gevestigd te Amsterdam,
gevestigd te Weert,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
(art. 5):
Het onderdeel faalt dus.
9 mei 2014.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak staat centraal of de klachtplicht van de koper onder art. 7:23 lid 1 BW Pro ook geldt voor gebreken waarop de koper zich niet beroept en of de klachttermijn begint te lopen bij de eerste ontdekking van gebonden asbest, terwijl de vordering alleen ziet op losgebonden asbest.
De koper, Botersloot C.V., vordert schadevergoeding van Fortis Bank wegens de aanwezigheid van losgebonden (spuit)asbest in een gebouw dat als kantoorruimte wordt gebruikt. In een eerder rapport was gebonden asbest vastgesteld, maar de klacht richt zich uitsluitend op losgebonden asbest dat later werd ontdekt. De rechtbank wees de vordering af wegens niet tijdige klacht, het hof kende de vordering toe.
De Hoge Raad bevestigt dat de klachtplicht ziet op het gebrek waarop de koper zich beroept en dat de klachttermijn niet automatisch begint te lopen bij de ontdekking van een ander gebrek. Ook is van belang dat de koper na ontdekking van het aanvankelijke gebrek redelijkerwijs onderzoek had moeten verrichten naar de aard en omvang van het gebrek. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van ABN AMRO en bevestigt de toewijzing van de schadevergoeding door het hof.
De uitspraak benadrukt het belang van de klachtplicht en de stelplicht van koper bij gebreken die de conformiteit van het gekochte betreffen, en verduidelijkt dat de klachtplicht niet meebrengt dat de koper elk gebrek moet melden, maar wel dat bij een groter of ander gebrek nader onderzoek verwacht mag worden.
De Hoge Raad veroordeelt ABN AMRO in de kosten van het cassatiegeding en bevestigt het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de toewijzing van de schadevergoeding wegens tijdige klacht over losgebonden asbest in het gebouw.