ECLI:NL:HR:2013:BY4119
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- A.H.T. Heisterkamp
- M.A. Loth
- M.V. Polak
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardering onteigend perceel exclusief waardevermeerdering door planbestemming
In deze zaak stond de waardering van onteigend grasland centraal, dat onderdeel uitmaakt van het weidegebied nabij Rijksweg A27. De onteigening vond plaats ten behoeve van de aanleg van een verzorgingsplaats met brandstofverkooppunt. De rechtbank had geoordeeld dat de verkeersbestemmingen en de bestemming voor motorbrandstoffen in het bestemmingsplan moesten worden weggedacht bij de waardebepaling, omdat deze bestemmingen voortvloeiden uit een concreet plan dat al bestond ten tijde van het bestemmingsplan, conform art. 40c Ow.
Ballast Nedam voerde diverse klachten aan tegen dit oordeel, waaronder dat er ten tijde van het bestemmingsplan nog geen concreet plan bestond en dat de waardevermeerdering door de planbestemming niet correct was geëlimineerd. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat het plan voor de aanleg van de verzorgingsplaats reeds bestond en dat zowel waardevermeerderende als waardeverminderende invloeden van planbestemmingen moeten worden geëlimineerd bij de schadeloosstelling.
Daarnaast werd geklaagd over de wijze van rentevergoeding op het nadeel door het gemis van het voorschot en over de proceskosten in cassatie. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank niet gehouden was tot een samengestelde rentevergoeding en dat art. 50 Ow Pro geen toepassing vindt op cassatieprocedures. Het beroep werd verworpen en Ballast Nedam werd veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Ballast Nedam wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding.