ECLI:NL:HR:2013:BW7156
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- E.N. Punt
- C.H.W.M. Sterk
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Niet-aftrekbaarheid van kosten verbonden aan criminele activiteiten bij inkomstenbelasting
Belanghebbende is veroordeeld voor leiding geven aan een criminele organisatie en kreeg navorderingsaanslagen en boetes opgelegd voor de jaren 2001 tot en met 2004. De Inspecteur rekende een bedrag toe als winst uit onderneming, waarbij productiekosten van xtc-pillen als kosten verbonden aan het misdrijf werden meegenomen.
Het Hof oordeelde dat deze productiekosten niet aftrekbaar zijn op grond van artikel 3.14, lid 1, letter d, van de Wet inkomstenbelasting 2001, en stelde de hoogte van deze kosten vast. Belanghebbende betoogde dat deze kosten niet dubbel belast mochten worden omdat ze al waren meegenomen bij de strafrechtelijke ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
De Hoge Raad verwierp dit middel en bevestigde dat de aftrekbeperking ook geldt als de kosten al in het strafrechtelijk ontnemingsbedrag zijn betrokken. Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het Hof terecht het bedrag aan productiekosten heeft vastgesteld en dat het oordeel over het vereiste opzet voor de boetes niet onjuist was. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de niet-aftrekbaarheid van kosten verbonden aan criminele activiteiten.