Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2012:BY0969

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 december 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/03292
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 287a Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in gedwongen schuldregeling zonder nadere motivering

In deze zaak stond een gedwongen schuldregeling centraal waarbij verzoekster cassatie instelde tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De zaak betrof onder meer de toepassing van artikel 287a van de Faillissementswet en de overlegging van stukken in het kader van de gedwongen schuldregeling.

De Hoge Raad verwees naar eerdere vonnissen en arresten in de feitelijke instanties, waaronder het vonnis van de rechtbank Middelburg en het arrest van het gerechtshof. De conclusie van de Advocaat-Generaal was gericht op verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering geen nadere motivering noodzakelijk was, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarmee werd het cassatieberoep verworpen en bleef het arrest van het gerechtshof in stand. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer J.C. van Oven op 14 december 2012.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoekster wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

14 december 2012
Eerste Kamer
12/03292
DV/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. S.M. Kingma.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak met de nummers 82114/12-35 en 82115/12-36 van de rechtbank Middelburg van 27 maart 2012,
b. het arrest in de zaak 200.104.779/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 28 juni 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.A. Streefkerk, M.A. Loth en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 14 december 2012.