Verzoeker heeft een dwangakkoord en toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling aangevraagd vanwege een schuldenlast van €12.605,07, waarvan €5.254,70 aan verweerder, de grootste schuldeiser. Het aangeboden akkoord voorzag in een betaling van circa 17,6% van de concurrente schulden over 18 maanden, maar verweerder weigerde mee te werken vanwege het ontbreken van goede documentatie en het niet voldoen van huurbetalingen.
De rechtbank overweegt dat het aanbod niet het uiterste is waartoe verzoeker financieel in staat moet worden geacht, mede omdat een saldo van ruim €5.000 op de beheerrekening niet in het voorstel is meegenomen en het voorstel onduidelijk is gedocumenteerd. Verweerder heeft een zwaarwegend belang bij volledige nakoming gezien zijn aandeel van 42% in de schuldenlast.
Daarnaast is onvoldoende aannemelijk dat verzoeker niet binnen een redelijke termijn zijn schulden kan voldoen. Met een maandelijkse reservering van circa €832,26 en een saldo op de beheerrekening kan verzoeker binnen 9 à 10 maanden schuldenvrij zijn, wat binnen de wettelijke termijn van 18 maanden valt.
De rechtbank wijst daarom zowel het verzoek tot dwangakkoord als het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af. Het vonnis is gewezen door rechter J. Schreurs-van de Langemheen en uitgesproken op 14 mei 2024 te Roermond.