ECLI:NL:HR:2012:BX7199
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- E.N. Punt
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing oorspronkelijke catalogusprijs voor bpm bij ongebruikte personenauto
Belanghebbende kocht in juli 2009 een personenauto die sinds de vervaardiging nauwelijks was gebruikt en registreerde deze kort daarna, waarbij hij bpm betaalde gebaseerd op de catalogusprijs uit 2005. Hij maakte bezwaar tegen de hoogte van de bpm, stellende dat de waarde van de auto was gedaald en dat de bpm op basis van de veilingprijs moest worden berekend.
De rechtbank en het hof verklaarden het bezwaar en beroep ongegrond, waarbij het hof oordeelde dat de wetgever met artikel 9 van Pro de Wet bpm heeft beoogd de door fabrikant of importeur vastgestelde catalogusprijs als grondslag te gebruiken, ongeacht waardeveranderingen of vervanging van het model.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp de klachten van belanghebbende. De Hoge Raad benadrukte dat een ongebruikte auto als nieuwe auto wordt aangemerkt en dat de catalogusprijs die op de dag van registratie geldt, bepalend is voor de bpm-heffing. De veilingprijs of de catalogusprijs van een nieuwer model kunnen niet als maatstaf dienen.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de bpm-heffing blijft gebaseerd op de oorspronkelijke catalogusprijs.