ECLI:NL:HR:2012:BX5063
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- J. Wortel
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Cassatie over toepassing voorlopige tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf art. 14fa Sr
De zaak betreft een cassatie in het belang der wet over de toepassing van artikel 14fa van het Wetboek van Strafrecht, dat per 1 april 2012 in werking trad. Dit artikel regelt de voorlopige tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde vrijheidsstraf.
De Rechter-Commissaris verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf, omdat hij oordeelde dat toepassing van art. 14fa Sr in strijd was met het legaliteitsbeginsel (art. 1 Sr Pro en art. 7 EVRM Pro). Volgens de Rechter-Commissaris veranderde de voorlopige tenuitvoerlegging het karakter van de straf en bracht het de veroordeelde in een minder gunstige positie.
De Hoge Raad stelt echter dat art. 14fa Sr betrekking heeft op de executie van een opgelegde straf en geen wijziging inhoudt in de strafbaarstelling of strafbedreiging. De regeling verandert niet de aard of maximale duur van de straf. Daarom is onmiddellijke toepassing niet in strijd met het legaliteitsbeginsel.
De Hoge Raad vernietigt de bestreden beschikking en bevestigt dat de voorlopige tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf onder art. 14fa Sr mogelijk is, waarmee het oordeel van de Rechter-Commissaris onjuist was.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de Rechter-Commissaris en bevestigt dat voorlopige tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf onder art. 14fa Sr mogelijk is.