ECLI:NL:HR:2012:BX3809
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- J. Wortel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over bevoegdheid vordering politie bij noodverordening
Op 31 maart 2009 weigerde de verdachte op een aangewezen locatie in Den Haag te voldoen aan een vordering van een politiehoofdagent om zich te verwijderen uit een gebied dat onder een noodverordening viel vanwege een internationale conferentie. De vordering was gebaseerd op artikel 6 van Pro een besluit van de burgemeester van Den Haag, de Verordening handhaving van de Openbare orde en ter voorkoming van gevaar.
Het hof verklaarde de verdachte schuldig aan het niet voldoen aan deze vordering en beriep zich op artikel 184 Sr Pro, dat vereist dat een vordering krachtens wettelijk voorschrift is gedaan. De verdediging stelde dat de politieambtenaar niet bevoegd was de vordering te doen omdat dit niet uitdrukkelijk in de noodverordening was geregeld.
De Hoge Raad oordeelde dat artikel 6 van Pro de noodverordening niet uitdrukkelijk inhoudt dat een politieambtenaar bevoegd is tot het doen van een dergelijke vordering. Daarmee was het oordeel van het hof dat de vordering krachtens wettelijk voorschrift was gedaan onjuist. Het arrest werd vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting.
De Hoge Raad bevestigde dat voor toepassing van artikel 184 Sr Pro een uitdrukkelijke wettelijke bevoegdheid vereist is voor de ambtenaar die de vordering doet. Het hof had ten onrechte geoordeeld dat artikel 172, tweede lid, van de Gemeentewet voldoende grondslag bood voor zelfstandig optreden van de politie zonder expliciete opdracht van de burgemeester.
De zaak werd terugverwezen naar het hof te 's-Gravenhage voor een nieuwe beoordeling van het hoger beroep op basis van de juiste rechtsopvatting.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.