ECLI:NL:HR:2012:BW5164
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over wettelijke grondslag voor bevelen krachtens APV Ridderkerk en art. 184 Sr
In deze strafzaak stond centraal of een bevel gegeven krachtens artikel 2.1.1.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Ridderkerk, in verbinding met artikel 6.2 APV, kan worden aangemerkt als een wettelijk voorschrift in de zin van artikel 184 van Pro het Wetboek van Strafrecht (Sr). De verdachte werd verweten op 1 januari 2008 opzettelijk geen gevolg te hebben gegeven aan een vordering van politieambtenaren om zich te verwijderen van een sporthal.
Het Hof had geoordeeld dat het genoemde APV-artikel, in samenhang met artikel 6.2, een wettelijk voorschrift vormde dat de politieambtenaren bevoegdheid gaf tot het geven van een bevel, en dat het niet opvolgen daarvan strafbaar was volgens art. 184 Sr Pro. De verdediging betoogde dat de APV geen expliciete bevoegdheid aan ambtenaren verleent en slechts herhaalt wat in de Politiewet is geregeld.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof een onjuiste rechtsopvatting had: artikel 2.1.1.1 APV Ridderkerk, al dan niet in verbinding met artikel 6.2 APV, voldoet niet aan de strikte eis van een wettelijk voorschrift zoals bedoeld in art. 184 Sr Pro. Dit voorschrift moet uitdrukkelijk de bevoegdheid tot het doen van een vordering aan de betrokken ambtenaar toekennen, wat hier niet het geval is. Daarmee kon het bevel niet als wettelijk voorschrift worden aangemerkt en was vrijspraak op zijn plaats. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het Hof voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.