ECLI:NL:GHSGR:2012:BY5513
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettelijk voorschrift voor vordering ambtenaar
De verdachte werd beschuldigd van het niet opvolgen van een bevel of vordering van politieambtenaren bij de ingang van een sporthal in Ridderkerk, in strijd met de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Ridderkerk. In eerste aanleg werd hij veroordeeld tot een geldboete, maar in hoger beroep werd het vonnis vernietigd en werd verdachte schuldig verklaard zonder strafoplegging.
De zaak kwam vervolgens bij de Hoge Raad, die het arrest vernietigde en de zaak terug verwees naar het gerechtshof. De Hoge Raad oordeelde dat artikel 184, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht vereist dat een vordering moet zijn gedaan krachtens een wettelijk voorschrift dat uitdrukkelijk de bevoegdheid tot het doen van een vordering aan de ambtenaar verleent. De APV Ridderkerk voldeed hier niet aan.
Het hof nam deze overweging over en oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat de verdachte het ten laste gelegde had begaan. Het vonnis van het hof vernietigde het eerdere vonnis en sprak de verdachte vrij. De zaak illustreert het belang van een juiste wettelijke basis voor ambtelijke vorderingen die strafrechtelijke sancties tot gevolg kunnen hebben.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat het bevel niet op een wettelijk voorschrift berustte.