ECLI:NL:PHR:2013:1267
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over bevoegdheid burgemeester en politie bij verwijderingsbevel in overlastgebied
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het vrijspraakarrest van het Hof Amsterdam, waarin verdachte werd vrijgesproken van overtreding van artikel 184 Sr Pro wegens het niet opvolgen van een verwijderingsbevel uit een overlastgebied in Amsterdam. Het verwijderingsbevel was gegeven door een politieambtenaar op basis van een mandaatbesluit van de burgemeester, maar het hof oordeelde dat artikel 2.9 APV niet uitdrukkelijk bevoegdheid aan de burgemeester verleent om een dergelijk bevel te geven.
De Hoge Raad bevestigt dat artikel 2.9 APV geen uitdrukkelijke bevoegdheidstoedeling aan de burgemeester bevat en dat het mandaatbesluit niet voorziet in een uitdrukkelijke bevoegdheid voor politieambtenaren om namens de burgemeester een verwijderingsbevel te geven dat strafbaarheid op grond van artikel 184 Sr Pro oplevert. De bevoegdheid van de burgemeester tot het geven van bevelen vloeit voort uit artikel 172, derde lid, Gemeentewet, maar deze bevoegdheid kan niet worden gecombineerd met artikel 2.9 APV om strafbare nalatigheid te sanctioneren.
De Hoge Raad benadrukt het belang van kenbaarheid en uitdrukkelijkheid van de bevoegdheid in het wettelijk voorschrift, zodat burgers weten wiens bevelen zij moeten opvolgen. Het mandaatbesluit en de instructies aan politieambtenaren zijn onvoldoende concreet en uitdrukkelijk om te voldoen aan deze eis. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de vrijspraak van verdachte.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak omdat het verwijderingsbevel niet krachtens wettelijk voorschrift is gegeven.