ECLI:NL:HR:2012:BV8954
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- C.H.W.M. Sterk
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van etikettering woon/winkelpanden en keuzevermogen in inkomstenbelasting
De zaak betreft een geschil over de kwalificatie van de bovenverdiepingen van twee juridisch niet-gesplitste woon/winkelpanden die door erflater werden verhuurd. De Inspecteur had deze bovenverdiepingen als ondernemingsvermogen aangemerkt, terwijl erflater ze als privévermogen wilde kwalificeren. De Rechtbank en het Hof bevestigden de Inspecteursbeslissing.
De Hoge Raad overweegt dat voor een kwalificatie als verplicht privévermogen vereist is dat het vermogensbestanddeel uitsluitend ter voorziening in de woonbehoefte wordt gebruikt. Dit was niet het geval omdat de bovenverdiepingen werden verhuurd en de opbrengsten ten goede kwamen aan de onderneming.
Het Hof heeft het arrest van de Hoge Raad uit 2010 juist toegepast en voldoende gemotiveerd waarom de bovenverdiepingen dienstbaar zijn aan de onderneming. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt daarmee de eerdere uitspraken. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de bovenverdiepingen blijven als ondernemingsvermogen aangemerkt.