ECLI:NL:HR:2012:BV3403
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.H.T. Heisterkamp
- M.A. Loth
- Y. Buruma
- J. Wortel
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Oordeel over ontoelaatbaarheid dwangsom bij weigering partijgetuige tot getuigenis
In deze zaak stond centraal de vraag of Radovan Karadzic, als partijgetuige in een civiele procedure, gedwongen kon worden tot het afleggen van een getuigenverklaring door middel van een dwangsom. Karadzic weigerde te getuigen over zijn vermogen, hetgeen verband hield met een schadevergoeding van USD 745 miljoen die aan verzoekers was toegekend.
De rechtbank en het hof behandelden meerdere verzoeken om Karadzic te horen en om dwangsommen op te leggen bij weigering. Het hof oordeelde dat Karadzic als partijgetuige niet verplicht was te getuigen en dat het opleggen van een dwangsom niet toegestaan was, mede op grond van art. 173 lid 1 Rv Pro en het Haags Bewijsverdrag.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat het Nederlandse burgerlijk procesrecht, toepasselijk op het internationale rechtshulpverzoek, niet toestaat dat een partijgetuige wordt gedwongen tot het afleggen van een verklaring. Het opleggen van een dwangsom is daarmee uitgesloten. Tevens verwierp de Hoge Raad de stelling dat dit een schending van het EVRM zou opleveren.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bekrachtigde daarmee het oordeel dat dwangsommen bij weigering van partijgetuigen niet toelaatbaar zijn.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het opleggen van een dwangsom aan een partijgetuige die weigert te getuigen niet is toegestaan.