ECLI:NL:HR:2011:BQ8193
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over toepassing van gewijzigde eerstedagsmeldingsplicht en sanctierecht
In deze zaak stond de vraag centraal of het hof terecht het bewijs en de strafoplegging had vastgesteld voor het niet doen van eerstedagsmeldingen over de aanvang of beëindiging van werkzaamheden van verzekerden in de jaren 2001 tot 2004.
De Hoge Raad herhaalt dat een wetswijziging die het sanctierecht ten gunste van de verdachte wijzigt, met onmiddellijke ingang moet worden toegepast, ook als de wetswijziging niet voortvloeit uit een veranderd inzicht in de strafwaardigheid van het feit. De wijziging van de eerstedagsmeldingsplicht, die gericht was op het verminderen van administratieve lasten, bracht een milder sanctieregime met zich mee.
Het hof had deze nieuwe regeling niet toegepast, waardoor de strafoplegging onjuist was. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het de strafoplegging betreft en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor wat betreft de strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.