ECLI:NL:PHR:2013:BZ3257
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over wetswijziging en handhaving verzekeringsplicht motorrijtuigen
In deze zaak stond de vraag centraal of een wetswijziging die overtredingen van artikel 30, tweede lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) bestuursrechtelijk laat afdoen via de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) een verandering van sanctierecht vormt die met terugwerkende kracht gunstig voor de verdachte moet worden toegepast.
De verdachte was veroordeeld wegens het niet verzekeren van een motorrijtuig, gepleegd in 2009. Na het delict trad per 1 juli 2011 een wetswijziging in werking die bestuursrechtelijke afdoening mogelijk maakte. Het hof had geoordeeld dat sprake was van een verandering van sanctierecht en paste de nieuwe regeling toe, wat leidde tot een lagere boete.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had. De wetswijziging betreft een wijziging in het handhavingsregime, niet in het sanctierecht zelf. Strafrechtelijke aansprakelijkheid blijft ongewijzigd en strafrechtelijke handhaving blijft mogelijk. De wijziging is geen verandering van inzicht omtrent strafwaardigheid, zodat artikel 1, tweede lid, Sr niet van toepassing is.
De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover het de strafoplegging betreft en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling met inachtneming van dit arrest. Dit bevestigt dat het OM beleidsvrijheid heeft in de keuze tussen strafrechtelijke en bestuursrechtelijke afdoening, zonder dat dit leidt tot een wijziging van het sanctierecht met terugwerkende kracht.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het de strafoplegging betreft en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling met inachtneming van het arrest.