ECLI:NL:PHR:2013:BZ9948
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Strafbaarheid en sanctierechtelijke gevolgen van overtreding minimumbemanning binnenvaart
De zaak betreft een gezagvoerend schipper die op 7 maart 2009 met een hecht samenstel op de Westerschelde voer met een bemanning die niet voldeed aan de minimumeisen volgens de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart. Het hof verklaarde de overtreding bewezen en legde een geldboete op.
De verdediging voerde aan dat door de inwerkingtreding van de Binnenvaartwet de overtreding niet langer strafbaar was, maar bestuursrechtelijk zou moeten worden afgedaan. De Hoge Raad oordeelt dat de oude strafrechtelijke regels van toepassing blijven op feiten die voor de wetswijziging zijn gepleegd en dat de wijziging in sanctierecht, die ten gunste van verdachte is, onmiddellijk moet worden toegepast.
Verder is vastgesteld dat de bemanning niet voldeed aan de minimumeisen ongeacht de uitrustingsstandaard S1 of S2. De bewijsvoering was toereikend, ook al ontbrak een expliciete aanduiding van de uitrustingsstandaard. De middelen van cassatie die de bewijsvoering en de toepasselijkheid van de wetswijziging betwistten, zijn verworpen.
Uitkomst: De strafrechtelijke veroordeling wegens overtreding van de minimumbemanning wordt bevestigd met toepassing van het ten gunste van verdachte gewijzigde sanctierecht.