ECLI:NL:HR:2011:BQ7066
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid dwanginvordering door Ontvanger jegens derden bij verduistering en preferentie Invorderingswet
Dumatrust c.s., gelieerde vennootschappen, vorderden cassatie tegen de Ontvanger inzake de rechtmatigheid van executoriaal derdenbeslag gelegd op goederen van [betrokkene 2] en diens echtgenote, die verduistering pleegden van gelden van Dumatrust c.s. De Ontvanger had op basis van dwangbevelen beslag gelegd voor belastingschulden van deze belastingschuldigen. Dumatrust c.s. betoogden dat het beslag onrechtmatig was en dat de preferentie van de Ontvanger op grond van art. 21 Invorderingswet Pro 1990 onredelijk was.
De Hoge Raad bevestigde dat een rechtsgeldig betekend executoriaal derdenbeslag een akte van vervolging is met stuitende werking voor de verjaringstermijn van dwanginvordering. De burgerlijke rechter is niet bevoegd de inhoudelijke juistheid van belastingaanslagen te toetsen in een procedure tussen derden en de Ontvanger, tenzij de aanslagen rechtstreeks tegen de derden zelf zijn opgelegd. Dumatrust c.s. hadden geen belang om de aanslagen te betwisten omdat zij niet aansprakelijk zijn voor de belastingschuld.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de Belastingdienst niet onrechtmatig handelde door de verstrekte informatie van Dumatrust c.s. te gebruiken voor aanslagoplegging, en dat de Staatssecretaris terecht het verzoek om afstand van het fiscaal voorrecht had afgewezen. De beperkte uitzondering op het preferentiestelsel uit eerdere jurisprudentie is niet van toepassing in deze situatie. Het verhaal van de Ontvanger is niet in strijd met het EVRM. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde Dumatrust c.s. in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de rechtmatigheid van het executoriaal derdenbeslag door de Ontvanger.