ECLI:NL:PHR:2012:BW4156
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens ontbreken goede trouw en geen controle op schulden
Verzoeker, voormalig ondernemer, diende een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling in met een schuld van ruim €90.000, waaronder een belastingschuld van ruim €21.000. De rechtbank wees het verzoek af wegens onvoldoende bewijs van goede trouw bij het ontstaan van de belastingschulden. Het hof bekrachtigde dit oordeel en stelde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij zijn belastingschulden onder controle had, mede doordat hij geen inzage gaf in zijn administratie en geen overleg voerde met de fiscus.
Verzoeker stelde in cassatie dat het hof onvoldoende had meegewogen dat twee klanten grote openstaande vorderingen hadden, dat het ambtshalve opleggen van belastingaanslagen niet zonder meer het ontbreken van goede trouw bewijst, en dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had over het begrip 'onder controle' zoals bedoeld in art. 288 lid 3 Fw Pro. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat het enkel staken van de onderneming niet automatisch betekent dat de schuldenaar de omstandigheden die tot de schulden leidden onder controle heeft.
De Hoge Raad benadrukte dat voor toepassing van art. 288 lid 3 Fw Pro objectieve maatregelen en een gedragsverandering nodig zijn die aantonen dat de schuldenaar greep heeft gekregen op de problematiek. Het ontbreken hiervan leidde tot de verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens ontbreken van goede trouw en geen controle op de schulden.