ECLI:NL:HR:2011:BP1468
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W.M. Tijnagel
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak rechtbank inzake niet-ontvankelijkheid beroep bij geheel tegemoetkomen Inspecteur
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2003 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd, inclusief heffingsrente. Na bezwaar werden de aanslag en heffingsrente verminderd door de Inspecteur. Belanghebbende ging in beroep bij de rechtbank, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens gebrek aan belang. Hiertegen stelde belanghebbende verzet, dat eveneens ongegrond werd verklaard.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat doordat de Inspecteur geheel aan de bezwaren tegemoet was gekomen, het beroep terecht niet-ontvankelijk werd verklaard wegens gebrek aan belang. Echter, de rechtbank had ten onrechte nagelaten het griffierecht te vergoeden en had onterecht geoordeeld dat belanghebbende geen belang meer had bij het beroep tegen de heffingsrente.
De Hoge Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank op het verzet en verklaarde het verzet gegrond. De rechtbank moet het onderzoek voortzetten in de stand waarin het zich bevond, met inachtneming van dit arrest. Tevens werd de Staat gelast het betaalde griffierecht te vergoeden. Over proceskosten in cassatie werd geen beslissing genomen, en over verletkosten in de verzetprocedure moet de rechtbank alsnog beslissen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de rechtbank moet het onderzoek voortzetten; tevens wordt griffierecht vergoed.