ECLI:NL:HR:2011:BO9824

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/01243
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 408a SvArt. 450 SvArt. 6 EVRM
Verwijzingen
7 uitgaand · 6 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling rechtsgeldige betekening dagvaarding in hoger beroep ondanks ontbreken toezending afschrift

In deze strafzaak stond de rechtsgeldigheid van de betekening van de dagvaarding in hoger beroep centraal. De raadsman van de verdachte had hoger beroep ingesteld en de dagvaarding werd aan deze gemachtigde uitgereikt. Volgens art. 408a in verbinding met art. 450, vierde lid, Sv geldt deze uitreiking als betekening in persoon aan de verdachte.

De verdediging voerde aan dat het hof had moeten onderzoeken of ook een afschrift van de dagvaarding per gewone post aan het door of namens de verdachte opgegeven adres was verzonden, zoals voorgeschreven in art. 450, vierde lid, tweede volzin, Sv. De Hoge Raad oordeelde echter dat deze verzending geen onderdeel uitmaakt van de betekening en dat de betekening met de uitreiking aan de gemachtigde is voltooid.

Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM Pro was overschreden, maar gelet op de lichte aard van de opgelegde hechtenisstraffen en de mate van overschrijding geen rechtsgevolgen aan deze termijnoverschrijding verbonden konden worden.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de geldigheid van de betekening van de dagvaarding in hoger beroep.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de rechtsgeldige betekening van de dagvaarding in hoger beroep.

Uitspraak

15 maart 2011
Strafkamer
Nr. 09/01243
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 3 februari 2009, nummer 21/004595-08, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.B.A. Kalk, advocaat te Enschede, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt over het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel van het Hof dat de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig is betekend. In de toelichting van het middel wordt betoogd dat het Hof heeft verzuimd te onderzoeken of aan de verdachte overeenkomstig het bepaalde in art. 450, vierde lid, Sv een afschrift van de dagvaarding in hoger beroep is toegezonden.
2.2. Art. 408a Sv luidt:
"Indien het hoger beroep is ingesteld door de verdachte in persoon of door een gemachtigde ingevolge artikel 450, eerste en tweede lid, kan aanstonds een oproeping van de verdachte worden betekend om tegen een bepaalde datum ter terechtzitting te verschijnen, ten einde terecht te staan ter zake van een of meer van de feiten hem in eerste aanleg tenlastegelegd."
Art. 450, vierde lid, Sv luidt:
"De uitreiking van de oproeping aan de gemachtigde geldt als een uitreiking in persoon aan de verdachte. Een afschrift van de dagvaarding wordt als gewone brief over de post aan het door of namens de verdachte daartoe opgegeven adres toegezonden."
2.3. Blijkens de daarvan opgemaakte akte is het hoger beroep ingesteld door mr. P.W.E. Hoezen, advocaat te Enschede, en is aan deze - als gemachtigde - aanstonds de dagvaarding in hoger beroep uitgereikt. Die uitreiking geldt ingevolge
art. 408a in verbinding met het hier toepasselijke art. 450, vierde lid, Sv als betekening in persoon. De omstandigheid dat niet blijkt dat overeenkomstig art. 450, vierde lid tweede volzin, Sv een afschrift van de dagvaarding als gewone brief over de post aan het door of namens de verdachte daartoe opgegeven adres is toegezonden, maakt dat niet anders. Deze verzending maakt geen deel uit van de betekening. Die betekening is met de uitreiking van de dagvaarding aan de gemachtigde voltooid.
2.4. Het middel faalt.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde twee hechtenisstraffen van telkens zeven dagen en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 15 maart 2011.