Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
Het tweede middel klaagt over de betekening van de dagvaarding in hoger beroep en over schending van het aanwezigheidsrecht van verdachte door het hof.
Het derde middel bevat de klacht dat het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep niet door de raadsheren en de griffier is vastgesteld en ondertekend.
Het vierde middel bevat de klacht dat het hof het vonnis ten onrechte heeft bevestigd, nu het onderzoek ter zitting in eerste aanleg en het vonnis aan nietigheid leiden.
Het vijfde middel klaagt over de bewezenverklaring van de in de dagvaarding met parketnummer 09/410181-05 vermelde diefstal.
Het zesde middel klaagt over de overschrijding van de redelijke termijn tussen de uitspraak in hoger beroep en de betekening van die uitspraak aan verdachte.
a. een advocaat, indien deze verklaart daartoe door dengene die het middel aanwendt, bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd;
b. een bij bijzondere volmacht gemachtigde.
2. Indien de overeenkomstig het eerste lid gemachtigde hoger beroep tegen de einduitspraak instelt, brengt de machtiging tevens mede dat deze de oproeping van de verdachte voor de terechtzitting in hoger beroep in ontvangst neemt. Het bepaalde in de tweede volzin van artikel 588, derde lid, onder b, is van overeenkomstige toepassing. Een afschrift van de dagvaarding wordt als gewone brief over de post aan het door de gemachtigde opgegeven adres van de verdachte toegezonden.
3. Indien de in het eerste lid bedoelde gemachtigde weigert de oproeping in ontvangst te nemen, wordt deze niettemin geacht op het tijdstip van aanbieding te zijn uitgereikt. Van de weigering wordt aantekening gemaakt in de akte van uitreiking.”
b. (…) Uitreiking aan een door de geadresseerde schriftelijke gemachtigde geldt als betekening in persoon.”