ECLI:NL:PHR:2015:1898
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens termijnoverschrijding na niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep
Verdachte werd door de politierechter veroordeeld voor diefstal en handelen in strijd met de Wet wapens en munitie. Tegen dit vonnis stelde de gemachtigde van verdachte hoger beroep in, maar verdachte en zijn raadsman verschenen niet bij de zitting, waarna het hof verdachte niet-ontvankelijk verklaarde in het hoger beroep.
Namens verdachte werd later cassatieberoep ingesteld, maar dit gebeurde ruim negen maanden na het verstrijken van de wettelijke termijn van veertien dagen na de einduitspraak van het hof. Verdachte voerde aan dat de overschrijding verontschuldigbaar was omdat hij niet op de hoogte was gesteld van de behandeling en uitkomst van het hoger beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat de uitreiking van de appeldagvaarding aan de gemachtigde geldt als betekening aan de verdachte, waardoor de cassatietermijn begon te lopen. De betoogde bijzondere omstandigheden konden de termijnoverschrijding niet verontschuldigen. Daarom werd het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de cassatietermijn.