ECLI:NL:HR:2010:BN1420
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- C.E. Drion
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over kennelijk onredelijk ontslag en vergoeding bij ontbreken voorziening
In deze zaak stond de vraag centraal of het ontslag van [eiser], een beveiligingsbeambte die sinds 1999 bij Trigion werkte en sinds 2004 arbeidsongeschikt was, kennelijk onredelijk was in de zin van artikel 7:681 lid 2 BW Pro. Na diverse arbeidsongeschiktheidsrapporten en pogingen tot re-integratie, waaronder onderzoek naar werk bij andere werkgevers, werd het dienstverband opgezegd zonder vergoeding.
De kantonrechter wees de vorderingen van [eiser] af, maar het hof oordeelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was en kende een schadevergoeding toe, deels gebaseerd op de kantonrechtersformule verminderd met 30%. De Hoge Raad benadrukte dat het enkele feit dat geen voorziening is getroffen niet voldoende is om kennelijk onredelijk ontslag aan te nemen; het moet afhangen van alle omstandigheden en de maatstaf van goed werkgeverschap.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. Tevens werden de kosten van beide cassatieberoepen gecompenseerd. De uitspraak onderstreept het belang van een zorgvuldige belangenafweging en het toetsen aan algemeen aanvaarde normen van goed werkgeverschap bij ontslagzaken.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.