ECLI:NL:GHARN:2011:BQ4220
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Navordering vennootschapsbelasting over Pools dividend terecht
Belanghebbende, een vennootschap met Poolse deelneming, kreeg een navorderingsaanslag opgelegd wegens een vermeend onterecht vrijgesteld dividend uit Polen. De Inspecteur stelde na een boekenonderzoek vast dat geen dividend was uitgekeerd door de Poolse vennootschap E, maar dat het bedrag van ƒ 250.000 als belastbare winst moest worden aangemerkt.
Belanghebbende voerde aan dat de navordering niet met redelijke voortvarendheid was voorbereid, dat er geen nieuw feit was en dat het bedrag aan D in privé toerekenbaar was. Ook stelde zij dat het vertrouwensbeginsel was geschonden omdat de Inspecteur eerder had ingestemd met de dividenduitkering.
Het Hof oordeelde dat de navordering terecht was omdat het EG-Verdrag niet rechtstreeks van toepassing was op kapitaalverkeer met derde landen, de Inspecteur niet gehouden was tot nader onderzoek bij een verzorgde aangifte, en dat geen dividenduitkering had plaatsgevonden. Het bedrag was belastbare winst van belanghebbende. Het beroep werd ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag en heffingsrente bleven in stand.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting blijft in stand.