ECLI:NL:GHARN:2010:BN1682
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting over verkoop aandelen Duitse vennootschappen
Belanghebbende, woonachtig in België, stelde hoger beroep in tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 1999 die betrekking had op de verkoop van aandelen in Duitse vennootschappen en een Nederlandse BV. De Inspecteur had de aanslag verminderd, maar belanghebbende betwistte onder meer de toepasselijkheid van de verlengde navorderingstermijn, het tijdstip van het genoten voordeel en de belastingheffing over provisies.
Het Hof oordeelde dat de verlengde navorderingstermijn van artikel 16 lid 4 AWR Pro terecht werd toegepast, mede gelet op het buitenlandse karakter van de inkomsten en het rechtshulpverzoek uit Duitsland. De verkoopovereenkomst werd vastgesteld op 27 januari 1999, het moment waarop het vervreemdingsvoordeel is genoten. De provisies die belanghebbende ontving voor werkzaamheden in Nederland behoren tot het binnenlandse inkomen en zijn belastbaar.
De navorderingsaanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 926.700, waarbij een correctie werd toegepast op de provisiebetalingen. Tevens werd de heffingsrente dienovereenkomstig verminderd. Het Hof veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende en bepaalde dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 926.700 met aangepaste heffingsrente en proceskostenveroordeling van de Inspecteur.