Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
tezamen en in vereniging met één of meer anderen en/of alleen,
(telkens) opzettelijk één of meerdere bij de belastingwet voorziene aangiften, als
bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten één of meerdere
(digitale) aangiften voor de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over:
het jaar 2013 (zie DOC-166, p. 1235);
het jaar 2014 (zie DOC-167, p. 1248);
het jaar 2015 (zie DOC-168, p. 1261);
het jaar 2016 (zie DOC-169, p. 1274), en/of
het jaar 2017 (zie DOC-170, p. 1287),
(telkens) onjuist en/of onvolledig heeft/hebben gedaan en/of heeft/hebben doen/laten doen,
aanmerkelijke belangen in één of meer (buitenlandse) ondernemingen en/of
geen bank- en spaartegoeden in het buitenland aan te geven en/of vermelden,
zulks terwijl dat feit (telkens) ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven.
3.De voorvragen
aanmerkelijke belangen in één of meer (buitenlandse) ondernemingen en/of geen bank- en spaartegoeden in het buitenland’acht de rechtbank – in samenhang gelezen met het dossier – voldoende feitelijk, omdat in het dossier (en meer in het bijzonder het overzichtsproces-verbaal en de afzonderlijke zaaksdossiers) de specifieke ondernemingen en de bankrekeningnummers worden benoemd. Hieruit kan voldoende duidelijk worden afgeleid waar de tenlastelegging op is toegespitst. De rechtbank leidt daarnaast uit het door de raadsvrouw uitvoerig opgestelde verdedigingsstandpunt, dat ruim voorafgaande aan de zitting aan de rechtbank is toegezonden, af dat de dagvaarding voldoende feitelijk is geformuleerd en dat de verdediging zich daarop goed en tijdig heeft kunnen voorbereiden en verdedigen. Dit werd tijdens de zitting ook bevestigd. Verdachte heeft immers ter zitting beaamd dat hij begreep waarvan hij werd verdacht. Van innerlijke tegenstrijdigheden is niet gebleken en dat is ook niet aangevoerd.
nietvoor zover de schuldige alsnog een juiste en volledige aangifte doet, dan wel juiste en volledige inlichtingen, gegevens of aanwijzingen verstrekt die betrekking heeft, onderscheidenlijk hebben, op inkomen uit aanmerkelijk belang als bedoeld in artikel 4.12 van de Wet inkomstenbelasting 2001 of uit sparen en beleggen als bedoeld in artikel 5.1 van die wet.
- het nogmaals horen van getuige [getuige] ;
- nader onderzoek naar/ toevoegen van ontbrekende e-mail [nummer 1] ;
- het alsnog inbrengen van een nadeelberekening door de officier van justitie;
- het verstrekken van een DVD met alle taps, inclusief het telefoonnummer van medeverdachte [medeverdachte 1] ;
- het verstrekken van alle onderschepte datacommunicatie op een voor de verdediging inzichtelijke wijze;
- het verstrekken van de resultaten van de ‘hits’ op [plaats] in het digitale beslag bij [naam 3] ( [bedrijf 4] ).
voorafgaandeaan de overname van aandelen in [bedrijf 1] geen (fiscaal) advies heeft ingewonnen bij [naam 3] of enig ander fiscaal adviseur. Verdachte heeft samen met medeverdachte [medeverdachte 1] op enig moment besloten om aandelen op naam te nemen in de vennootschap naar vreemd recht [bedrijf 1] . Nadien heeft verdachte ook zelf besloten tot uitbreiding van zijn internationale ondernemersactiviteiten door met medeverdachte [medeverdachte 2] [bedrijf 2] op te richten in [plaats] . Ook hiervoor is [naam 3] , of enig ander (fiscaal) adviseur, niet geraadpleegd. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat het inwinnen van advies niet nodig werd bevonden.
naderhand(mondeling) heeft geïnformeerd over zijn aanmerkelijke belangen en zijn buitenlandse bankrekening en haar hierover om advies heeft gevraagd. Volgens verdachte heeft [naam 3] hem geadviseerd om hierover niets in de belastingaangifte op te nemen, omdat er geen sprake was van dividenduitkeringen en de (eenmalige) uitgekeerde management fee vanuit [bedrijf 1] in 2013 reeds in [plaats] werd opgegeven. Zolang er geen persoonlijk profijt/gewin dan wel inkomen naar Nederland werd gehaald, luidde het advies niets hierover in de belastingaangifte te vermelden, aldus verdachte. Dat gold ook voor de bankrekening, mits het saldo onder de grens van € 30.000 bleef. Volgens verdachte is ‘alles’ meermalen aan de orde gesteld tijdens (jaarlijkse) besprekingen met [naam 3] op haar kantoor en in het bijzijn van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , namens wie [naam 3] eveneens de belastingaangiften indiende.
Het inkomen uit [plaats] : wat op een privérekening staat moet opgegeven worden in box 3, verder hangt het af van wat voor soort inkomen het is geweest of het ook in box 1 of box 2 moet worden opgegeven”. [17]
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
228 (tweehonderdachtentwintig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
114 (honderdveertien) dagen.