ECLI:NL:HR:2010:BK4523
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak over staking onderneming bij verplaatsing agrarische bedrijfsvoering
Belanghebbende, een melkveehouder, bracht zijn onderneming in een BV in en verplaatste de bedrijfsvoering van Nederland naar Duitsland. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op wegens vermeend onterecht gebruik van de geruisloze inbrengfaciliteit. De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en oordeelde dat de onderneming was gestaakt door de verplaatsing.
De Hoge Raad stelt dat verplaatsing van een onderneming niet automatisch leidt tot staking als de identiteit wezenlijk gelijk blijft. Het Hof had onvoldoende gemotiveerd waarom de verschillen in ligging, omvang, leveranciers en afnemers tot verlies van identiteit zouden leiden. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling.
De Hoge Raad veroordeelt de Minister van Financiën in de kosten van het cassatiegeding en gelast vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende. De zaak zal door het verwijzingshof opnieuw worden behandeld met inachtneming van de criteria voor het bepalen van de identiteit van een onderneming bij verplaatsing.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en verwijst zaak terug voor nieuwe beoordeling van de identiteit van de onderneming bij verplaatsing.