ECLI:NL:GHARN:2012:BW3449
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling staking of verplaatsing agrarisch bedrijf en fiscale gevolgen lijfrentepremie en winstrecht
Het geschil betreft de fiscale behandeling van de staking of verplaatsing van een agrarisch bedrijf van Nederland naar Duitsland in 1999. Belanghebbende had een BV opgericht waarin het bedrijf werd ingebracht, met afspraken over lijfrente en winstrecht. De Inspecteur weigerde aftrek van lijfrentepremie en verleende geen uitstel van heffing over het winstrecht.
Het Hof oordeelt dat het bedrijf in Nederland is gestaakt en niet wezenlijk hetzelfde is gebleven na de verplaatsing naar Duitsland. Dit volgt uit verschillen in omvang, samenstelling van de veestapel en grond, en andere vennoten. De verkoop van essentiële bedrijfsmiddelen zonder winstrecht of lijfrente als tegenprestatie bevestigt staking.
De BV kon pas per oprichtingsdatum in december 1999 de onderneming verkrijgen, waardoor de terugwerkende kracht van de inbrengovereenkomsten niet leidt tot voortzetting. De waardering van het winstrecht is redelijk en aftrek van lijfrentepremie wordt geweigerd omdat niet voldaan is aan de wettelijke voorwaarden.
Verder oordeelt het Hof dat de Inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat uitkeringen uit het winstrecht in 2001 tot het belastbaar inkomen uit werk en woning behoren. Het gekozen fiscale stelsel van belanghebbende is niet in strijd met goed koopmansgebruik. Het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep worden ongegrond verklaard en de proceskosten worden aan de Inspecteur opgelegd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het agrarisch bedrijf in Nederland is gestaakt, weigert aftrek lijfrentepremie en verleent geen uitstel van heffing over het winstrecht.