ECLI:NL:GHAMS:2011:BR2111
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- J.C.M. van Sonderen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over toepassing geruisloze inbreng en verplaatsing melkveehouderij naar Denemarken
Belanghebbende bracht zijn melkveehouderijonderneming in een BV in, waarbij de bedrijfsactiviteiten later naar Denemarken werden verplaatst. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op omdat hij meende dat sprake was van liquidatie van de onderneming, waardoor de geruisloze inbreng niet van toepassing zou zijn.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat de onderneming was geliquideerd, omdat belanghebbende in 2000 al handelingen verrichtte die op beëindiging van de onderneming wezen, zoals verkoop van vee en grond. Het hof stelde echter vast dat de identiteit van de onderneming ondanks de verplaatsing naar Denemarken wezenlijk gelijk bleef, mede doordat het product, de wijze van productie en het wettelijke kader gelijk waren gebleven.
Het hof vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en de navorderingsaanslag, en oordeelde dat de geruisloze inbreng terecht was toegepast. Tevens werd belanghebbende in het gelijk gesteld over de aftrek van lijfrentepremies, omdat de onderneming niet was geliquideerd maar voortgezet. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt de navorderingsaanslag en oordeelt dat de onderneming is verplaatst en niet geliquideerd, waardoor de geruisloze inbreng en lijfrentepremieaftrek terecht zijn toegepast.