ECLI:NL:HR:2009:BH5464
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over waardebepaling en schadeloosstelling bij vervroegde onteigening
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een vonnis van de rechtbank Haarlem waarin de schadeloosstelling bij vervroegde onteigening van twee percelen grond is vastgesteld. De onteigening vond plaats ten behoeve van de aanleg van infrastructuur nabij Schiphol. De eisers, eigenaren van de onteigende percelen, stelden dat de waarde van het onteigende hoger moest worden vastgesteld op basis van een transactie waarbij Schiphol het overblijvende kocht voor een hogere prijs.
De rechtbank had zich bij de waardebepaling aangesloten bij deskundigen die uitgingen van de agrarische bestemming van het onteigende en oordeelde dat de transactie met Schiphol niet leidend kon zijn vanwege het verschil in bestemming en de bijzondere omstandigheden van die transactie. Ook stelde de rechtbank dat de waardevermindering van het overblijvende nihil was, omdat de waarde van het overblijvende vóór en na onteigening vergelijkbaar was.
In cassatie werd betoogd dat de rechtbank onjuiste rechtsopvattingen had toegepast en onvoldoende had gemotiveerd waarom de transactie met Schiphol niet als maatstaf diende. De Hoge Raad oordeelde echter dat de rechtbank geen onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd, dat de motivering toereikend was en dat de waarderingen niet onverenigbaar waren. Het beroep werd verworpen en de eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de schadeloosstelling en waardering van de rechtbank.