ECLI:NL:HR:2009:BG6231
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Berekening van schadevergoeding bij voortijdige beëindiging distributieovereenkomst en eisen aan grief in hoger beroep
In deze zaak stond de berekening van de schadevergoeding centraal die voortvloeit uit het voortijdig beëindigen van een distributieovereenkomst tussen partijen. De rechtbank had eiseres veroordeeld tot betaling van een bedrag aan verweerster, waarna hoger beroep volgde. Het hof stelde de schadevergoeding vast op 15% van de verkooporders in het eerste halfjaar van 1998, gebaseerd op de bruto courtage zonder aftrek van kosten, en stond bewijs toe dat eiseres machines had verkocht aan afnemers in voormalige Oost-Europese landen.
In cassatie werd onder meer betoogd dat het hof ten onrechte was teruggekomen op een eerdere vaststelling dat een verkooptransactie tijdens de opzegtermijn naar Tsjechië had plaatsgevonden. De Hoge Raad oordeelde dat een grief in hoger beroep voldoende kenbaar moet zijn voor de wederpartij en dat het hof niet van zijn eerdere oordeel mocht afwijken zonder dat de wederpartij hierop was voorbereid.
De Hoge Raad verwierp het principale en incidentele cassatieberoep, bevestigde het oordeel over de schadevergoeding en benadrukte het belang van kenbaarheid van grief in hoger beroep. De kosten werden verdeeld conform het arrest.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de schadevergoeding en het oordeel over de kenbaarheid van grieven in hoger beroep.