ECLI:NL:HR:2008:BD0663
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Ontkenning juridisch vaderschap in Antilliaanse familierechtelijke zaak en toepasselijk recht
In deze zaak heeft verzoeker, geboren binnen een huwelijk op Curaçao, het juridisch vaderschap van zijn familierechtelijke vader betwist en ontkend. Het verzoek werd ingediend bij het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen en Aruba, maar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn volgens Nederlands recht.
Het hof bevestigde deze beslissing en oordeelde dat Nederlands recht van toepassing is op grond van het domiciliebeginsel en de nauwere betrokkenheid van Nederland bij de zaak, mede vanwege de woonplaatsen van verzoeker en zijn ouders. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het beroep af.
De Hoge Raad overweegt dat het Koninkrijk geen regels van interregionaal privaatrecht kent die renvoi toestaan, en dat het toepasselijke recht wordt bepaald door aansluiting bij het Nederlands-Antilliaanse internationaal privaatrecht. Het gemeenschappelijk domicilie van verzoeker en zijn ouders vormt een passende aanknopingsfactor.
De termijn voor het indienen van het verzoek tot ontkenning van het vaderschap is volgens Nederlands recht drie jaar na het moment waarop het kind bekend werd met het feit dat de wettige vader vermoedelijk niet de biologische vader is. Verzoeker diende zijn verzoek na deze termijn in, waardoor het niet-ontvankelijk werd verklaard.
De Hoge Raad veroordeelt verzoeker in de kosten van het cassatiegeding en bevestigt de eerdere beslissingen.
Uitkomst: Het verzoek tot ontkenning van het juridisch vaderschap wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en het beroep in cassatie wordt verworpen.