ECLI:NL:HR:2008:BC6858
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing in belastingfraudezaak rond Kredietbank Luxembourg-rekeningen
De zaak betreft een belastingfraude waarbij verdachte wordt verweten onjuiste en onvolledige aangiften te hebben gedaan over buitenlandse rente-inkomsten en bankrekeningen bij de Kredietbank Luxembourg over de jaren 1994 tot en met 2000.
Het hof sprak verdachte vrij omdat het niet wettig en overtuigend bewezen achtte dat verdachte de rekeningen hield of dat er na 31 januari 1994 nog geldbedragen of rente-inkomsten waren die in de aangiften hadden moeten worden opgenomen. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het niet kon vaststellen of verdachte daadwerkelijk rekeninghouder was en waarom het niet aannam dat er na genoemde datum geen geldbedragen meer aanwezig waren.
De Hoge Raad benadrukt dat de verklaring van verdachte onbetrouwbaar is omdat hij eerst ontkende een rekening te hebben en pas na confrontatie met microfiches toegaf dat dit niet klopte. Hierdoor is sprake van een kennelijk leugenachtige verklaring die als aanvullend bewijs kan dienen.
Gezien de gebrekkige motivering van het hof vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem voor een nieuwe beoordeling en afdoening van het hoger beroep.
De uitspraak is gewezen door de vice-president Corstens en raadsheren Van Schendel en Splinter-van Kan op 18 maart 2008.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem voor hernieuwde behandeling.