ECLI:NL:GHAMS:2012:BX1699
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen inzake buitenlandse bankrekeningen
Het geschil betreft navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PV) en vermogensbelasting (VB) over de jaren 1991 tot en met 2000, opgelegd naar aanleiding van een onderzoek naar buitenlandse bankrekeningen bij KB-Luxbank in Luxemburg. Belanghebbende betwistte de bekendmaking van navorderingsaanslagen en de juistheid van de aanslagen en boetes.
De rechtbanken hadden deels de navorderingsaanslagen vernietigd of verminderd en boetes gematigd. Het hof oordeelt dat de navorderingsaanslagen IB/PV voor 1996 en 1997 ten onrechte zijn vernietigd en dat de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat de aanslagen zijn verzonden. Tevens bevestigt het hof dat belanghebbende rekeningen bij KB-Luxbank heeft aangehouden gedurende de relevante periode en dat artikel 27e AWR van toepassing is vanwege het niet verstrekken van gevraagde gegevens.
De boetebeschikkingen worden deels vernietigd omdat onvoldoende bewijs is geleverd voor beboetbare feiten in bepaalde jaren, maar voor de jaren 1993, 1994 en 1995 acht het hof bewezen dat sprake is van opzet en strafverzwarende omstandigheden. De boetes worden verminderd tot 64% van de nagevorderde belasting wegens overschrijding van de redelijke termijn en toepassing van artikel 27e AWR.
Het hof draagt de inspecteur op de vermogens voor de VB opnieuw vast te stellen met inachtneming van de uitspraak en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende. Tevens wordt het verzoek tot schadevergoeding in verband met de overschrijding van de redelijke termijn heropend voor nadere behandeling.
Uitkomst: Het hof vermindert navorderingsaanslagen en boetes, vernietigt enkele aanslagen, bevestigt verzending navorderingsaanslagen, en draagt de inspecteur op vermogens voor de vermogensbelasting opnieuw vast te stellen.