ECLI:NL:GHAMS:2010:BU3337
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- B.M. Mens
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- J.H. Lieber
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis over verdeling onroerend goed en hypotheeklasten na echtscheiding
Partijen zijn na hun echtscheiding overeengekomen dat de hypotheeklasten van de gezamenlijk bewoonde onroerende zaken worden verdeeld naar draagkracht, waarbij de vrouw de hoofdelijke hypotheekschuld op zich neemt en de man wordt ontslagen uit zijn hoofdelijke aansprakelijkheid. De vrouw stelde in hoger beroep dat zij niet meer aan het convenant gehouden kon worden vanwege gewijzigde omstandigheden, waaronder het terugkeren naar Nederland vanwege heimwee van hun zoon.
Het hof oordeelt dat de afspraken in het convenant bindend zijn en dat de vrouw onvoldoende heeft onderbouwd waarom zij niet aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen. Het beroep van de vrouw op gewijzigde omstandigheden wordt gepasseerd omdat zij geen wijziging of ontbinding van de overeenkomst heeft gevorderd.
De man had vorderingen ingesteld tot betaling van achterstallige hypotheeklasten en medewerking aan de notariële splitsing en ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid, waarvan de voorzieningenrechter de eerste twee vorderingen had toegewezen. Het hof bekrachtigt dit vonnis en wijst het incidenteel hoger beroep van de man af wegens het ontbreken van grieven.
De proceskosten worden gecompenseerd omdat partijen ex-echtelieden zijn. Het hof verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de vrouw gehouden is aan de hypotheeklasten volgens het convenant en wijst haar beroep af.