ECLI:NL:HR:2007:BB3442
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over reservevorming spaarhypotheekverzekeringen en belastingaanslagen 1995-1996
Belanghebbende, een vennootschap, was in beroep gegaan tegen aanslagen vennootschapsbelasting over 1995 en 1996. Na eerdere vernietiging en verwijzing door de Hoge Raad, oordeelde het Hof Den Haag dat voor het spaardeel van spaarhypotheekverzekeringen een premiereserve mag worden gevormd volgens het Besluit reserve verzekeraars. Het Hof verklaarde het beroep over 1995 ongegrond wegens gebrek aan belang en het beroep over 1996 gegrond, waarbij het belastbare bedrag werd vastgesteld op ƒ 95.461.674.
Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris stelden cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad beoordeelde de middelen en concludeerde dat de klachten van de Staatssecretaris over een te beperkte rechtsstrijd en de inhoudelijke beoordeling faalden. Ook de middelen van belanghebbende over de vaststelling van het belastbare bedrag en proceskosten werden verworpen.
De Hoge Raad bevestigde dat artikel 8:75 Awb Pro een exclusieve mogelijkheid biedt om kostenveroordelingen te doen en dat schadevergoeding via artikel 8:73 Awb Pro niet aan de orde is. Het incidentele beroep van belanghebbende werd niet ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de vereiste voorwaarden.
De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten van belanghebbende en wees het beroep van beide partijen af, waarmee het arrest van het Hof werd bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de cassatieberoepen ongegrond en bevestigt het arrest van het Hof Den Haag, waarbij de Staatssecretaris in de proceskosten wordt veroordeeld.