ECLI:NL:HR:2006:AZ2392
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Onroerendheidsvraag zendinstallatie voor mobiele telecommunicatie volgens Wet WOZ
Belanghebbende exploiteert een netwerk van zendinstallaties voor mobiele telecommunicatie. De waarde van een zendinstallatie op een mast werd door de gemeente vastgesteld, maar belanghebbende maakte bezwaar. Het hof verklaarde het beroep gegrond en stelde de waarde lager vast, oordelend dat de zendinstallatie niet als onroerend kan worden aangemerkt omdat deze niet duurzaam ter plaatse blijft.
De Hoge Raad stelt dat het hof onjuiste maatstaven hanteerde door te oordelen dat de zendinstallatie niet duurzaam ter plaatse blijft vanwege toekomstige verplaatsingsmogelijkheden en marktontwikkelingen, zonder dat dit uit de aard en inrichting van de installatie zelf kenbaar is. Ook is onvoldoende gemotiveerd waarom de praktijk van netwerkaanpassing de duurzaamheidsbestemming zou uitsluiten.
Daarnaast is het oordeel over het hekwerk als onroerend niet voldoende onderbouwd, omdat ook hier de duurzaamheidsvraag volgens de juiste maatstaf moet worden beoordeeld. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van de juiste maatstaf.
De Hoge Raad veroordeelt het college in de kosten van het cassatiegeding aan de zijde van belanghebbende en wijst de gemeente Westerveld aan als de vergoedingsplichtige partij.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.